header

tijdbalk Grieken en Romeinen jagers monniken steden ontdekkers regenten pruiken burgers wereldoorlogen televisie

 

Wereldoorlogen

wereldoorlogen 1900 tot 1950


Dit tijdvak gaat over de twee grote Wereldoorlogen die vlak na elkaar hebben plaatsgevonden. Veel landen waren hierbij betrokken en er zijn veel doden gevallen. Deze oorlogen onderscheiden zich van alle andere oorlogen die hiervoor zijn geweest door hun enorme omvang.

We hebben in het vorige tijdperk gelezen over de Industriële Revolutie. Wel, deze heeft het ook mogelijk gemaakt om oorlogen op grote schaal te voeren! De legers konden zich veel sneller verplaatsen doordat ze nu over moderne voertuigen (o.a.  tanks) en brandstof beschikten. Verder zullen we het in dit tijdvak ook nog hebben over de crisisjaren.  
tank
Tank uit eerste wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog

Van 1914 tot 1918 woedde in Europa een “grote oorlog”, die voor Nederland wel consequenties had, maar waarvan de gruwelijkheden Nederland bespaard bleven. Toen stonden ‘de centralen’ (Duitsland,Oostenrijk en Turkije) tegenover ‘de geallieerden’ (Frankrijk, Groot-Brittannie en Rusland). In 1917 kozen de Verenigde Staten de kant van de geallieerden en raakten die aan de winnende hand.

wo1
Soldaten in een loopgraaf
  In november het jaar erna gaven de centralen zich gewonnen.
Nederland was in deze oorlog neutraal gebleven. Wel kreeg het land te maken met de randverschijnselen van de oorlog. De internationale handel stortte in en er kwam veel werkloosheid. In Nederland kwamen ingrijpende politieke veranderingen. In 1917 werd het mannenkiesrecht ingevoerd en vanaf 1919 het algemeen vrouwenkiesrecht. Vanaf dat moment is Nederland dus helemaal democratisch.(Oostrom, F. van (2008))

De crisisjaren (1929-1940)

Deze jaren worden ook vaak aangeduid als de grote depressie. In 1930 waren er ongeveer 100.000 mensen werkeloos en in 1936 was dit aantal ongeveer 480.000. de regering besloot werklozen te helpen door middel van ’de steun’ een financiële bijdrage. Ze kregen net genoeg geld om de huur en een eenvoudige maaltijd te kunnen betalen(als ze te veel gaven, zouden de mensen lui worden dacht men). Om ervoor te zorgen dat de mensen naast de steun een bijbaantje hadden, moesten ze 2 keer per dag een stempel halen. Dit was erg vernederend. Ze konden daarnaast gedwongen worden om in de werkverschaffing te werken.  
crisis
Beurscrisis in 1929

Dan moesten ze bijvoorbeeld sloten graven of dijken aanleggen. Doordat de regering niet bij machte bleek om dit op te lossen, kregen veel Nederlanders twijfels over de democratie. (Oostrom, F. van (2008) en Kooij, C. van der (2004))


De Tweede Wereldoorlog

In 1933 kwam Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Hij wilde van Duitsland het machtigste land van Europa maken. Hij profiteerde van de boosheid van veel Duitsers over hoe ze na De Eerste Wereldoorlog behandeld waren. Eerst veroverde hij Oostenrijk, Tsjecho-Slowakije en Polen. Daarna wilde hij Frankrijk bezetten en bij die aanval werden ook gelijk Nederland en België bezet. Dat gebeurde op 10 Mei 1940. Eerst leek de bezetting mee te vallen maar al snel bleek dat Nederlandse mannen gedwongen in Duitse fabrieken moesten werken en dat mensen zonder proces opgesloten en erger werden. Vooral Joden werden vervolgd en in concentratie kampen vermoord.  
hitler
Adolf Hitler
bevrijding
Bevrijding door de geallieerden
 


In het najaar van 1944 werd het zuiden van het land bevrijd door de geallieerde militairen. Het gebied boven de grote rivieren kregen eerst nog te maken met de Hongerwinter. Door extreem voedselgebrek kwamen enkele tienduizenden mensen om. In mei 1945 tekende de Duitse commandant de overgave en was heel Nederland bevrijd. (Oostrom, F. van (2008))